Plastic zit overal. Om onze groenten, om onze shampoo, ín onze shampoo, om pakketjes, bloemen en soms zelfs om een enkele komkommer. Toch blijkt uit de enquête die we voor Mei Plasticvrij verspreidden, dat de hetkanWEL-community opvallend bewust bezig is met het verminderen van plastic. Niet vanuit perfectie, maar vanuit een groeiend besef dat het anders moet — én anders kan. Maar dat dit niet altijd gemakkelijk is.
Maar liefst 30,81% zegt heel bewust dagelijks op plastic te letten en nog eens 53,49% probeert het regelmatig te verminderen waar dat lukt. Slechts een heel kleine groep doet dat nauwelijks (1,16%) en niemand gaf aan zich er helemaal niets van aan te trekken. Dat laat zien hoe sterk het onderwerp leeft.
Wat daarbij vooral opvalt: mensen zoeken praktische oplossingen. De meest gebruikte stap is het inzetten van herbruikbare spullen. Vrijwel iedereen gebruikt inmiddels een herbruikbare boodschappentas, waterfles of koffiebeker (93,02%). Daarnaast probeert een grote groep producten zoveel mogelijk te hergebruiken of te repareren (78,49%) en verpakkingen zoveel mogelijk te vermijden (63,37%). Bijna een derde winkelt zelfs bewust verpakkingsvrij (29,65%) en meer dan een derde probeert minder online te bestellen (34,88%).



In de open antwoorden ontstaat een mooi beeld van hoe creatief mensen daarin worden. Zo haalt iemand boodschappen op de markt om verpakkingen te vermijden, terwijl een ander cadeau’s inpakt in stoffen doeken in plaats van folie. Sommigen verzamelen papieren zakjes om opnieuw te gebruiken of maken zelf vloeibare handzeep van natuurlijke zeepblokken in kartonnen verpakkingen. Een deelnemer vat het simpel samen: “De supermarkt vermijden.”
En precies daar zit volgens veel respondenten ook het grootste probleem.
Want als er één plek is waar mensen zich machteloos voelen tegenover plastic, dan is het wel in de supermarkt. Maar liefst 73,26% noemt supermarktverpakkingen als grootste struikelblok bij het verminderen van ons afval. Biologische producten blijken bovendien opvallend vaak in plastic verpakt te zitten. Dat levert frustratie op: “Ik haal vaak een Too Good To Go-box op. Duurzaam, maar alles zit verpakt in plastic…” schrijft iemand. Een ander merkt op: “Biologische producten zitten vaak in plastic. Ik hergebruik het wel.”
Het laat zien hoe ingewikkeld duurzaam gedrag soms kan zijn. Je probeert betere keuzes te maken, maar loopt alsnog vast in een systeem dat grotendeels om gemak, hygiëne en verpakkingen draait. Sommige deelnemers proberen daarom zo veel mogelijk buiten dat systeem te opereren: minder supermarkt, minder cosmetica, zuiniger omgaan met schoonmaakmiddelen of ze zelf maken en verpakkingen hergebruiken zolang dat kan.



Tegelijkertijd blijkt dat mensen de verantwoordelijkheid niet alleen bij zichzelf leggen – en terecht. Op de vraag wat zou helpen om minder plastic te gebruiken, noemt bijna de helft (47,09%) meer plasticvrije opties in winkels. Daarnaast wil 26,74% minder verpakkingen vanuit producenten en pleit 15,12% voor strengere regels vanuit de overheid.
Ook de mensen die we deze maand geïnterviewd hebben, zoals Dirk Groot en Merijn Tinga, zeggen dat strengere wetgeving helpt. Zo laten we de inzameling van statiegeldflesje en blikjes nu over aan de industrie en die hebben daar niet altijd zin in en dus loopt het soms vast. Het kan makkelijker gemaakt worden als we bijvoorbeeld, net zoals in Singapore, overal statiegeldmachines neerzetten: bij appartementencomplexen, in de sportschool, op het station en bij de metro. Ook zou het fijn zijn als we dan alleen maar ons bankpasje tegen de machine hoeven te houden en het geld op onze rekening wordt gestort (in plaats van met bonnetjes langs een kassa).
Opvallend genoeg denkt bijna niemand dat betere informatie het verschil gaat maken (0,58%). Mensen weten het probleem inmiddels wel — ze willen vooral dat duurzame keuzes ook praktisch haalbaar worden. En daar hebben ze natuurlijk gelijk in, al denken wij dat er nog steeds veel informatie is wat nog niet zo wijd verspreid is en écht nog invloed kan hebben op ons gedrag.



Zo weten we na deze maand dat het grootste probleem van plastic de chemicaliën zijn die worden toegevoegd om het doorzichtig, gekleurd, flexibel of juist sterk te maken. Die schadelijke chemicaliën lekken uit PVC-slangen in het bloed van patiënten, uit petflessen in frisdrank, uit sushibakjes, uit kleurige flipflops met minions, vinylvloeren, kindermatrassen, knuffels, enzovoort. En dat heeft effect op onze gezondheid: het aantal kankergevallen stijgt en de vruchtbaarheid neemt af.
Wat de redactie van hetkanWEL tijdens Mei Plasticvrij heeft geleerd:
Hoewel plastic verminderen belangrijk wordt gevonden — het onderwerp krijgt gemiddeld een 8,9 als rapportcijfer — twijfelen veel mensen nog aan de daadwerkelijke impact van hun persoonlijke gedrag. Iets meer dan een kwart (27,33%) gelooft absoluut dat individuele keuzes verschil maken, terwijl de meerderheid (51,74%) denkt dat het “een beetje” helpt. Tegelijk denkt 15,7% dat het nauwelijks effect heeft.
Misschien is dat ook wel logisch. Want hoe hard je ook je best doet met katoenen tasjes en hervulbare flessen, uiteindelijk blijft vermindering een collectieve uitdaging. Niet alleen consumenten, maar ook supermarkten, producenten en overheden bepalen hoeveel keuzevrijheid we eigenlijk hebben.
Toch blijven we benadrukken dat wat jij doet écht leidt tot verandering, al is het alleen al omdat jij met je gedrag onbewust anderen inspireert om ook wat meer op hun gedrag te letten. Dat noemen we het rippel- of butterfly effect.
Zoals wetenschappelijk onderzoeker Heather Leslie tegen ons zei: “Als je met veranderingen begint – hoe klein ook – werkt het als een katalysator die op termijn kan uitmonden in grote, positieve veranderingen, als een vlindereffect. Als je zelf geen enkele actie onderneemt en wacht tot de overheid of het bedrijfsleven maatregelen neemt, dan kan het eeuwig duren. Er is dan niet genoeg druk voor verandering omdat je eigenlijk laat zien dat je het probleem zelf niet serieus genoeg neemt om je gedrag te veranderen.”



Hoewel de meeste mensen dus vinden dat industrie en overheid ook in actie moeten komen, ademt de enquête geen moedeloosheid uit. Integendeel. De antwoorden laten vooral zien dat mensen proberen bewuster te leven binnen een systeem dat daar nog lang niet altijd op ingericht is. Soms door minder te kopen. Soms door dingen eindeloos te hergebruiken. Soms gewoon door even stil te staan bij iets simpels als de folie om een bos bloemen.
Of zoals één respondent het eigenlijk treffend samenvat: “Duurzaam leven begint vaak niet met grote idealen, maar met kleine dagelijkse ergernissen.“
Dat mensen praktische oplossingen zoeken (en toch nog een beetje informatie) blijkt niet alleen uit ons onderzoek, maar ook uit de top-10 van meest gelezen artikelen in Mei Plasticvrij:
Aan wat voor praktische tips en informatie heb jij nog behoeft? Laat het ons weten door hieronder een reactie achter te laten en we gaan ermee aan de slag!
Asceline Groot is partner bij hetkanWEL, onderzoeker, specialist op het gebied van duurzame trends en ontwikkelingen en co-auteur van het boek 'hetkanWEL. Voor een groener, eerlijker en leuker leven'. Daarnaast heeft ze een PhD aan de Radboud Universiteit Nijmegen. Ze deed onderzoek hoe social enterprises hun ideeën ontwikkelen.
Reacties
Geen reacties