Geplaatst door Wyke Potjer maandag 9 maart 2026 Duurzaam groen

Hoe duurzaam is potgrond eigenlijk?

Om heel eerlijk te zijn, zijn er maar weinig momenten in mijn leven geweest waarop ik stil stond bij de duurzaamheid van potgrond. Want grond is grond zou je zeggen, al kocht ik het voor de zekerheid wel altijd bij de biowinkel. Deze week besloot ik me eens in de materie te verdiepen, nadat één van onze lezers ons erover had gemaild. Potgrond bleek een ware doos van Pandora te zijn, die me enigszins verward achterliet. En dat heeft alles te maken met het veen, dat in de meeste soorten potgrond verwerkt wordt.

Wat is het verschil tussen potgrond en tuinaarde?

Allereerst even over het verschil tussen tuinaarde en potgrond, want beiden zijn in de winkel te koop, maar de een (potgrond) is wel wat duurder dan de ander (tuinaarde). Dat heeft te maken met de gedachte dat je potgrond -de naam zegt het al – koopt voor planten in plantenbakken en potten. En tuinaarde om borders op te hogen bijvoorbeeld. De planten in de borders kunnen (uiteindelijk) met hun wortels diep in de aarde op zoek naar voeding, maar in een pot kan dat natuurlijk niet. Daarom zit er in potgrond meer voeding en is het doorgaans wat luchtiger van samenstelling.

Wat is potgrond eigenlijk?

In een gemiddeld tuincentrum kan je kiezen tussen tientallen verschillende soorten potgrond. Bijna alle soorten hebben als hoofdbestanddeel veen (of turf), aangevuld met voedingsstoffen. Het veen verbetert vooral de structuur van de aarde en heeft een sponsachtige werking. Daardoor kan het veel water absorberen en vrijgeven, terwijl de luchtige structuur ervoor zorgt dat nieuwe planten makkelijk kunnen wortelen. Kortom: je planten gaan er als een malle op.

Veen heeft van zichzelf alleen geen minerale voedingsstoffen die planten wél nodig hebben. Om potgrond te krijgen worden die er dus aan toegevoegd. Soms worden die industrieel gemaakt, andere keren komen ze uit organisch materiaal. En zolang het hier om organisch materiaal gaat, is er niks aan de hand zou je zeggen. Maar je raadt het al: zo simpel ligt het niet.

Hoe zit het met veen?

Het probleem van potgrond zit ‘m nou juist in dat veen of turf. Veen bestaat uit opgehoopte plantenresten van duizenden jaren die niet volledig verteerd zijn. In dat veen ligt CO2 opgeslagen, dat vrijkomt zodra het afgegraven wordt en met zuurstof in contact komt. Om je een idee te geven: de veengebieden nemen ongeveer 3% van het landoppervlak op de aarde in beslag, maar bevatten twee keer zoveel koolstof als alle bossen bij elkaar.

Juist dat hoge koolstofgehalte maakt het veen zo geschikt als brandstof. Het is niet voor niks dat we turf (afgestoken stukken veen) al sinds de Middeleeuwen gebruiken om mee te stoken. In Nederland hebben we voor dit doel zoveel turf afgegraven, dat we letterlijk een kuil van ons land hebben gemaakt dat onder de zeespiegel ligt, hoorde ik iemand zeggen in een uitzending van de Keuringsdienst van Waarde uit 2014. Omdat het duizenden jaren duurt voordat het veen weer is aangedikt, is het -net als aardolie- géén hernieuwbare brandstof. Het is dus een eindig product.

In ons land zijn veengebieden inmiddels beschermde natuurgebieden geworden. Er groeien bijzondere planten en er leven veel verschillende vogelsoorten. In onze potgrond zit dan ook geen veen uit eigen land. Daarvoor gaan we meestal naar Baltische landen, zoals Estland, naar Duitsland en halen we een klein deel uit Scandinavië en Ierland.

In landen als Estland vind je hele lappen kale grond waar het veen is afgestoken, onder andere voor onze potgrond. Hierbij is dus niet alleen een heleboel CO2 vrijgekomen, maar de biodiversiteit en het landschap in deze gebieden is ook verpest. En dat allemaal voor die ene geranium op mijn balkon, zoals Teun van de Keuken zegt in dezelfde uitzending van de Keuringsdienst van Waarde.

Biologische potgrond

Volgens Natuurmonumenten bestaat potgrond voor 70 tot 100% uit veen, al lieten grote producenten in het radioprogramma Pointer (NPO Radio 1) weten dat dit tot het verleden behoort. De tijden zijn veranderd. In plaats van veen en turf uit het buitenland te gebruiken (met alle desastreuze gevolgen voor de natuur van dien), is het doel nu om lokale grond te hergebruiken. Circulaire grond noemen ze dat ook wel. Denk daarbij aan resten van een aardbeienteler, gesnoeide struiken van gemeentes of het gft-afval van jij en ik.

Mooi, zou je zeggen. Al is het voorzichtig geformuleerd met termen als ‘het doel is’. Daarbij komt dat er een onverwacht risico aan zit. Als mensen hun afval niet goed scheiden en er plastic in de gft-bakken zit (wat blijkbaar gebeurt), dan komt dat -vermalen en al- in de tuinaarde of potgrond terecht. Om dit te voorkomen, kan je de grond een keurmerk geven.

Is een keurmerk de oplossing?

Maar een keurmerk is duur. Je moet namelijk testen of de grond ook echt aan de eisen van het keurmerk voldoet. En daarom is het niet interessant voor tuinaarde, want de klant (jij en ik dus) zijn gewend dat tuinaarde weinig kost. Dat betekent dus dat je onbedoeld met je zak tuinaarde microplastics verspreid door je tuin en dat is slecht voor het bodemleven.

Potgrond is wat duurder en die werken dus wat vaker met een keurmerk. En gelukkig is turfvrije grond steeds makkelijker te krijgen, maar deze week kwam in het nieuws dat de verduurzaming van de potgrondindustrie met een actieve lobby wordt tegen gewerkt.

Convenant uit 2022 helpt niet

Eind 2022 sloten de potgrondindustrie, de overheid en Stichting Turfvrij een akkoord om iets te doen aan de turfwinning voor potgrond, maar nu – drie jaar later- komt diezelfde Stichting tot de conclusie dat er in de praktijk weinig van terecht komt. Daarom hebben Philipp Gramlich en Karin Bodewits, de twee oprichters van de Stichting, zich teruggetrokken uit het akkoord met de industrie.

Als kleine milieuorganisatie hebben ze zich meer dan drie jaar ingespannen om fabrikanten aan te zetten tot het verduurzamen van de industrie om tot de conclusie te komen dat het niet lukt. Dat de de Vereniging Potgrond- en Substraatfabrikanten Nederland (VPN), die het convenant ook heeft ondertekend, nog openlijk lobbyt voor het behoud van de huidige industrie mét turf, was voor de Stichting Turfvrij de druppel: ze besloten de stekker eruit te trekken.

Volgende maand begint de Maand van de Groene Tuin. Om dat én de lente te vieren hebben we dinsdag 31 maart weer een fantastische online masterclass in de aanbieding met Anniek Veltman van de Groene Tuincoach. Wil jij beginnen om een biodiverse tuin aan te leggen (groot of klein, maakt niet uit) die volop vlinders, bijen en vogels aantrekt? Schrijf je dan nu in! Hier vind je meer informatie over de masterclass. 

Conclusie

Biologische potgrond zónder veen of turf is op steeds meer plekken verkrijgbaar. Lees gewoon even de ingrediënten. Mocht je geen veenvrije grond kunnen krijgen, let dan op de verschillende keurmerken. Zo stelt MPS-potgrond als enige eisen aan de hoeveelheid veengrond en is er ook bij het RHP-keurmerk aandacht voor het milieu, zo valt te lezen op de site van Milieu Centraal. Al heeft tuinaarde dus veelal geen keurmerk (wat niet wil zeggen dat je er per se veen of microplastics in aantreft) is de duurdere potgrond misschien wel de meest veilige keuze. Denk ik.

Wil je de bodemstructuur in je tuin verbeteren? Dat kan natuurlijk ook door zelf compost te maken. We hebben voor je op een rijtje gezet op welke 4 manieren je compost kan maken en welke methode het beste werkt voor jou.

Let jij bij het kopen van grond op de ingrediënten? En hoe zorg jij voor een goede bodemstructuur in je tuin? Laat het ons weten door hieronder een reactie achter te laten.

Over de schrijver

Wyke Potjer

Wyke Potjer is content manager van hetkanWEL. Ze heeft journalistiek gestudeerd en werkt sindsdien fulltime voor landelijke radio, televisie, print en online media. Ze is vegan, heeft geen auto, probeert plastic uit haar leven te bannen en biologisch te eten. Naast haar freelance bestaan als journalist geeft ze yogales (vinyasa en yin).

Copyright 2025 Fonticons, Inc.--> Share