Geplaatst door Asceline Groot vrijdag 21 augustus 2026 Duurzaam reizen

Klagen tijdens de vakantie: welke van de 3 typen klagers ben jij?


Klagen doen we allemaal. Over het weer, vertragingen, onze collega’s of luidruchtige vakantieburen. Maar waarom klagen we eigenlijk zo graag? Is klagen alleen maar negatief, of kan het ook gezond, nuttig en zelfs verbindend zijn? En wanneer slaat een lekker potje mopperen om in iets waar je humeur juist slechter van wordt? We doken in de psychologie van het klagen – en ontdekten dat je best mag zeuren. Als je het maar een beetje goed doet.

Ik las laatst op LinkedIn een discussie over de opkomst van een kindvrije camping. De vrouw die de discussie aanzwengelde, vond dat niet zo’n goed idee. In een mooi artikel onderbouwde ze haar mening, maar kort door de bocht kwam het neer op twee dingen.

Eén: dat we in onze samenleving allemaal een beetje verantwoordelijk zijn voor het opgroeien van kinderen, ook als ze niet van ons zijn. Het it takes a village to raise a child-principe dus. Twee: dat kinderen nu eenmaal onderdeel zijn van onze samenleving en dat je ze niet ineens kunt cancellen zodra je op vakantie gaat. En er was nog een derde punt: kinderen houden je flexibel. Want waar kinderen zijn, loopt het leven nu eenmaal regelmatig nét even anders dan je had bedacht. Dat het dus niet zo erg is als je een keer wakker wordt van de huilende baby van een ander. Of als een stel pubers nét begint te joelen op het moment dat jij lekker je remslaap in glijdt. De reacties waren, zoals dat gaat op LinkedIn, verdeeld.

Er waren mensen die het roerend met haar eens waren. Mensen die vonden dat ze op vakantie toch echt recht hadden op rust. En mensen die begrip vroegen voor compleet overprikkelde volwassenen zonder kinderen, die na maanden werken eindelijk vakantie hebben en dan niet óók nog behoefte hebben aan de prikkels van andermans kroost. En natuurlijk waren er mensen die vonden dat al die anderen niet zo moesten klagen.

En bij dat woord bleef ik hangen. Want ik kan me best voorstellen dat je af en toe rustig aan een zwembad wilt liggen zonder dat een stel vijftienjarige jongens drie uur lang bommetjes naast je ligbed maakt. Maar zou ik erover klagen? En zo ja, bij wie? En toen vroeg ik me ineens iets anders af: is een vakantie eigenlijk wel leuk als er helemaal niets te klagen valt?

Wat vertel je als alles perfect was?

Stel je voor: drie weken vakantie en werkelijk alles gaat goed. Het weer is perfect. De camping is stil. De buren zijn vriendelijk, maar niet té vriendelijk. Niemand draait muziek. Geen baby huilt. Geen puber schreeuwt. Er is nergens een rij. De koffie is lekker. Je krijgt geen kater van de cocktails. De douche is warm. De wc’s zijn schoon, de tent lekt niet en niemand krijgt buikgriep. Je glijdt van de ene zonovergoten dag van 25 graden de andere in, bereikt ergens halverwege een bijna meditatieve staat en komt drie weken later volledig uitgerust weer thuis.

Heerlijk. Maar wat onthoud je? En wat vertel je? De vakanties die bij ons thuis jarenlang worden naverteld, zijn namelijk zelden de vakanties waarop alles vlekkeloos verliep. Het zijn de vakanties met hoogtepunten én dieptepunten. De kapotte auto, de lekkende tent, het huis waar alles langzaam uit elkaar viel. Misschien hebben we een beetje – met de nadruk op een beetje – ellende nodig voor een echt goede vakantie? En misschien hebben we het klagen erover ook nodig.

We klagen verrassend vaak zonder dat het iets oplost

Onderzoek naar klagen laat iets interessants zien: een groot deel van onze klachten heeft helemaal geen praktisch doel. Dat is logisch als je erover nadenkt. We klagen over regen, files, vertragingen, kou, hitte en mensen die voor ons in de supermarkt tergend langzaam hun boodschappen inpakken. Geen regenbui die zich daar iets van aantrekt. Geen file die oplost omdat jij achter het stuur roept dat dit werkelijk niet te geloven is.

Waarom doen we het dan toch? Omdat klagen niet alleen bedoeld is om een probleem op te lossen. Het is ook een sociale handeling. Wie zegt: wat een rotweer, vraagt vaak helemaal niet om een meteorologische analyse. Die vraagt eigenlijk: vind jij dit ook? En als de ander antwoordt: vreselijk hè, is er iets gebeurd. Heel even staan jullie aan dezelfde kant.

Dat verklaart misschien waarom we zo graag over kleine dingen klagen. Klein leed is veilig. Over een vertraagde trein of een waardeloze campingdouche kan bijna iedereen meepraten. Klagen kan daardoor zelfs verbindend werken.

Soms willen we helemaal geen oplossing

Als ik klaag, wil ik lang niet altijd dat iemand onmiddellijk met drie oplossingen, een stappenplan en een positieve levensles komt. Soms wil ik gewoon horen: Ja. Dat is inderdaad ontzettend irritant. Die erkenning is heel belangrijk. Als we een negatieve ervaring delen, zoeken we vaak iemand die begrijpt hoe we ons voelen. Wordt een klacht weggewuifd met ach, zo erg is het toch niet, dan kan de frustratie juist groter worden. Klagen kan dus een uitlaatklep zijn. Je spreekt uit wat je dwarszit, iemand anders erkent het en daarna kun je misschien weer verder.

Maar daar zit ook meteen de spreekwoordelijke adder onder het gras.

Want eindeloos klagen maakt het niet beter

Er is een verschil tussen even mopperen en blijven ronddraaien in dezelfde klacht. Psychologen noemen dat laatste ook wel rumineren: het voortdurend herkauwen van negatieve gedachten en emoties. En juist dat hangt samen met een slechter humeur en psychische klachten. Dat klinkt eigenlijk heel logisch.

Als je voor de vijfentwintigste keer vertelt hoe verschrikkelijk je collega, buurman, ex of campingbeheerder is, ben je de gebeurtenis niet aan het verwerken. Je beleeft hem steeds opnieuw. Daarbij maakt het nogal uit hoe je klaagt.

Klagen tegen een klantenservice omdat je nieuwe stofzuiger het niet doet, kan bijzonder nuttig zijn. Klagen tegen je partner over die stofzuiger, vervolgens tegen je buurvrouw, je moeder, drie collega’s en de caissière, terwijl je de winkel nooit belt, waarschijnlijk iets minder. Het probleem is dus niet per se klagen. Het probleem ontstaat als klagen een eindstation wordt.

Niet klagen is trouwens ook geen oplossing

Daarom lijkt dertig dagen helemaal niet klagen me ook weer zoiets. Want wat moet je dan met dingen die daadwerkelijk vervelend, oneerlijk of slecht geregeld zijn? Klagen is soms het begin van verandering. Veel verbeteringen beginnen tenslotte met iemand die zegt: dit klopt niet.

En zelfs volkomen nutteloos geklaag kan een functie hebben. Nederlanders zouden waarschijnlijk een belangrijk deel van hun sociale infrastructuur verliezen als we nooit meer mochten zeggen dat het te warm, te koud, te nat, te droog of voor de tijd van het jaar wel érg zacht is. Misschien moeten we klagen daarom niet afleren. We moeten alleen een beetje beter leren klagen.

Wat voor klager ben jij?

Grofweg zijn er drie manieren waarop we kunnen klagen.

1. De ontlader
Je moet het gewoon even kwijt. Je vertelt hoe irritant die huilende baby, vertraagde trein of luidruchtige campingbuur was. Iemand zegt: ja, verschrikkelijk. Jij zegt: precies. En daarna bestel je koffie en ga je door met je leven.

2. De oplosser
Je klaagt omdat er iets moet veranderen. De douche is koud, de trein rijdt niet, je collega komt afspraken niet na. Je zoekt de persoon op die er iets aan kan doen en probeert het op te lossen. Misschien niet de gezelligste vorm van klagen, maar wel bijzonder effectief.

3. De herkauwer
Je klaagt. En daarna klaag je nog een keer. En morgen nog eens. Iedereen heeft het verhaal inmiddels gehoord, maar iedere keer dat je het vertelt word je opnieuw boos. Het oorspronkelijke probleem is misschien allang verdwenen, maar jij draagt het nog gezellig met je mee.

Ik vrees dat we allemaal weleens alle drie zijn. Dus misschien hoeven we niet te stoppen met klagen. Misschien moeten we alleen af en toe bij onszelf checken: wil ik dit even kwijt, wil ik iets oplossen, of ben ik mezelf inmiddels vooral heel erg aan het overtuigen dat alles stom is?

En wat die kindvrije camping betreft? Misschien is een huilende baby om zes uur ’s ochtends inderdaad niet bevorderlijk voor je nachtrust. En ook niet voor je vakantiepret. Een goed verhaal levert het waarschijnlijk evenmin op. Net als die bommetjes van jongens in het zwembad. Dus als iemand liever op een kindvrije camping staat, snap ik dat best. Vind je dat onzin? Dan ga ik daar niet over klagen. Nou ja, misschien wel eventjes.

En jij? Wat voor klager ben jij?

Lees ook: zorgt vakantie voor stress of ontspanning?

Over de schrijver

Asceline Groot

Asceline Groot is partner bij hetkanWEL, onderzoeker, specialist op het gebied van duurzame trends en ontwikkelingen en co-auteur van het boek 'hetkanWEL. Voor een groener, eerlijker en leuker leven'. Daarnaast heeft ze een PhD aan de Radboud Universiteit Nijmegen. Ze deed onderzoek hoe social enterprises hun ideeën ontwikkelen.

Reacties

Geen reacties

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Copyright 2025 Fonticons, Inc.--> Share