Ik ben een echte koffieliefhebber. Of gewoon verslaafd aan cafeïne, het is maar hoe je het bekijkt. Vooral ’s ochtends. Eerst een cappuccino met havermelk, daarna zien we wel verder. Ik ben dan ook heel blij met mijn koffieapparaat, dat met één druk op de knop precies dat voor me regelt.
Tegelijk krijg ik steeds meer plezier in het tegenovergestelde: zelf bonen malen, water afwegen, rustig opgieten en wachten tot de koffie klaar is. Slow coffee noemen ze dat. Een soort mindfulness voor koffieliefhebbers, maar dan met cafeïne. Alleen: zit er behalve ontspanning en lekkere koffie ook iets duurzaams in zo’n langzamer kopje?
Slow coffee is een verzamelnaam voor koffie die je rustig en meestal met de hand zet. Met een V60 of Chemex giet je heet water beetje bij beetje over gemalen koffie. Bij een cafetière laat je koffie en water eerst een paar minuten trekken. Je bepaalt zelf hoeveel koffie erin gaat, hoeveel water je gebruikt en hoe lang je wacht.
Daardoor heb je veel invloed op de smaak. En je bent er echt even mee bezig. Bonen malen, de verhouding tussen koffie en water bepalen, opgieten en vervolgens wachten tot de koffie klaar is.
Vind je het leuk om zelf invloed te hebben op je koffie, dan kun je trouwens ook kiezen voor een machine waarbij je veel zelf doet. Bij veel espresso machines maal en doseer je de koffie zelf, druk je die aan en stel je de maalgraad bij als het resultaat tegenvalt. Dat is een heel andere manier van koffiezetten, maar ook hier zit een deel van de lol in het zelf doen en experimenteren. Vind je dat leuk, dan heb je er een koffiehobby erbij.
Precies dat zelf doen is ook een deel van de aantrekkingskracht. Je bent een paar minuten met één ding bezig waar je vervolgens extra van geniet. Daar hoef je heus geen uitgebreide mindfulness-oefening van te maken. Er gebeurt eigenlijk weinig bijzonders. De koffie moet toch gezet worden en ondertussen hoeft er even niets anders. Natuurlijk kun je tijdens het opgieten alsnog je mail openen. Maar dat hoeft dus niet.
Zeker op een ochtend waarop telefoon, werk, kinderen en de vraag wat we vanavond eigenlijk gaan eten allemaal tegelijk om aandacht vragen, zijn een paar minuten koffiezetten zo gek nog niet.
Een glazen kan, losse koffiebonen en een handfilter zien er al snel duurzaam uit. Maar slow coffee is niet automatisch beter voor het milieu. Volgens Milieu Centraal maakt het voor het energieverbruik weinig verschil of je koffie zet met een filterapparaat, padapparaat of espressomachine. Belangrijker is dat je niet meer water verwarmt en koffie zet dan je nodig hebt. Koffie weggooien heeft zelfs meer milieu-impact dan het zetten ervan. Naar schatting wordt ongeveer 30 procent van de koffie weggegooid.
Een halve pot zetten terwijl je maar één mok drinkt, schiet dus weinig op. Ook niet als je die pot heel bewust met een herbruikbaar filter hebt gezet.
Handmatig koffiezetten heeft daar wel een praktisch voordeel. Bij veel zetmethodes meet je vooraf hoeveel koffie en water je nodig hebt. Vooral omdat de verhouding invloed heeft op de smaak, maar daardoor zet je ook minder snel te veel. Voor één mok meet je gewoon water en koffie voor één mok af.
Hetzelfde geldt voor de waterkoker. Vul hem met wat je nodig hebt in plaats van hem automatisch tot halverwege vol te laten lopen. Een liter water verwarmen voor 250 milliliter koffie blijft vooral warm water waar niemand iets aan heeft.
We hebben het bij koffie graag over apparaten, filters en de perfecte maalgraad. Maar wat je uiteindelijk in dat filter schept, is een landbouwproduct dat meestal van ver komt. Bij duurzamer koffie drinken moet je dus ook naar de bonen kijken. Waar komen ze vandaan, hoe worden ze verbouwd en wat krijgen koffieboeren ervoor betaald? Wil je daar bewuster in kiezen, dan vind je in ons overzicht met duurzame koffie verschillende merken die daar ieder op hun eigen manier mee omgaan.
Bij slow coffee krijg je die bonen bovendien letterlijk in handen. Je weegt bijvoorbeeld 15 of 20 gram af en maalt ze vlak voordat je koffie zet. Na een tijdje weet je opeens behoorlijk goed hoeveel koppen er uit zo’n zak gaan. Dat maakt koffie toch iets minder vanzelfsprekend dan een reservoir dat je af en toe bijvult.



Er is wel een valkuil. Zodra koffie van drankje naar hobby promoveert, blijkt er werkelijk overal een accessoire voor te bestaan. Een koffiemolen. Precisieweegschaal. Waterkoker met zwanenhals. Glazen server. Nieuwe dripper. Melkkan. Tamper. Speciale bewaarbussen voor de bonen. Voor je het weet heeft koffie meer accessoires dan eigenlijk de bedoeling was.
Voor slow coffee heb je gelukkig geen compleet koffielaboratorium nodig. Heb je al een waterkoker en een eenvoudige filterhouder, begin daar dan mee. Een gewone keukenweegschaal kan koffiebonen ook wegen. En misschien staat er ergens achter in een kast nog een cafetière die jaren geleden uit beeld verdween.
Hetzelfde geldt voor grotere apparaten. Zet je iedere ochtend met plezier zelf espresso, dan gebruik je een goede machine misschien jarenlang. Koop je hem vooral omdat zo’n compleet koffiehoekje er mooi uitziet, dan staat er na een paar maanden vooral een duur apparaat ruimte in te nemen.
Morgenochtend druk ik waarschijnlijk gewoon weer op de knop voor mijn cappuccino met havermelk. Vooral vóór acht uur ga ik mezelf echt niet wijsmaken dat alles langzaam en aandachtig moet. Maar als ik wat meer tijd heb, maal ik de bonen zelf en zet ik één kop. Precies genoeg om op te drinken. En: die paar minuten wachten zijn dan eigenlijk best lekker.
Misschien vind je dit ook interessant? Even gas terug: de voordelen van slow living en praktische tips voor een rustiger leven
Ellen Oortwijn schrijft met veel plezier voor HetKanWel.nl. Als zzp’er houdt ze zich specifiek bezig met onderwerpen als voeding, gezondheid, duurzaamheid en persoonlijke ontwikkeling. Vanuit het mooie Drenthe ondersteunt ze “bewuste ondernemers met een missie” door het hele land.
Reacties
Geen reacties