Als de wintermaanden grijs en grauw zijn, is het moeilijk voor te stellen dat er in de natuur heel veel te beleven valt. Toch is dat zo. We geven 10 tips over wat je in de winter in de natuur kan ontdekken. Want kale bomen op een een grijze dag is lang niet zo saai als het klinkt. Sterker nog: je zou bijna overprikkeld raken van wat er allemaal te zien en beleven is.
In de winter lijkt het bos één grote grijze bende, dus het kan heel interessant zijn verschillende bomen te leren onderscheiden door naar de knoppen te kijken. Het wordt dan echt een speurtocht! Het leukst is om dit te doen in een gebied dat je vertrouwd is, zodat je in de lente de blaadjes aan de bomen kan zien komen en daarmee bevestiging krijgt met welke bomen je te maken hebt. (Daar hoef je geen expert voor te zijn, maar kun je gewoon een app voor gebruiken zoals Obsidentify).
Er zijn leuke herkenningskaarten van boomknoppen en ook heel uitgebreide boeken. Maar je kunt ook gewoon beginnen met kijken en bijvoorbeeld foto’s maken van verschillende knoppen. Een paar factoren waar je op kunt letten zijn: kleur van de knop; stand van de takjes (recht tegenover elkaar of om en om); structuur van de bast; zaadjes, vruchtjes, of katjes die nog in de boom hangen; en blaadjes die op de grond liggen. Die laatste kan echter misleidend zijn, want blaadjes waaien overal heen, maar het kan je soms wel bevestiging geven als je een vermoeden hebt van de boom.



De kunst met het leren determineren van bomen, maar ook planten als je wilt wildplukken, of vogels als dat meer je tak van sport is, is: kijk eerst. Laat je gewoon verrassen door hoe mooi of lelijk je het vindt, wat je opvalt en laat vragen opkomen zonder ze meteen te willen beantwoorden. Als je dan dezelfde knoppen steeds terug ziet komen en dat gaat herkennen, dan is het leuk om er een naam aan te koppelen.
De knalrode knoppen van de linde, de lila knoppen van de els, de prachtige zwarte geitenpootjes van de es, de elegante knoppen van de beuk, de kaarsrecht-tegenover-elkaar-staande takjes van de esdoornen: boomknoppen zijn prachtig.
Heel vaak wandel ik en zie ik plastic of ander afval liggen dat ik niet opraap. Soms heb ik de regel van drie, dat ik drie dingen meeneem en daarna weer focus op alles wat mooi is. Er zijn ook wandelingen waarbij ik willekeurig wat opraap, maar het dan weer terug leg omdat het echt te goor is om mee te nemen. En af en toe ga ik speciaal wandelen met het doel afval op te ruimen. Omdat dat gewoon een leuk doel is en voelt als een wederkerigheid met de wereld om je heen.
Je kent misschien wel de Instagrammers die heel bevredigend super bevuilde plekken gaan opruimen met een hoop vuilniszakken, dikke werkhandschoenen en een afvalprikker mee. Nu vind ik de hoeveelheid afval in de natuur in Nederland nog best meevallen, maar er ligt genoeg. Laatst onderzocht ik in het kader van diersporen een uitwerpsel van – ik denk – een marter, en vond daar ook een stukje plastic in. Het voelt als dweilen met de kraan open, maar als iedereen wat meer zorg draagt voor haar lokale omgeving, dan kunnen we heel ver komen!
Stel, je bent lekker aan het wandelen en ziet een hoop afval. Maar vandaag kwam je voor de natuur, voor de frisse lucht en de vogels. Sla die plek dan op in je hoofd, of op je kaartenapp, en kom een andere keer terug met een plastic tasje en tuinhandschoenen en raap eens wat op. Als je het nog een beetje ongemakkelijk vindt, doe het dan op een doordeweekse dag, of als het regent, zodat je minder mensen tegenkomt! Eerlijk gezegd denk ik juist dat veel mensen het vooral inspirerend vinden en er een voorbeeld aan zullen nemen.
Als je wilt leren vogelen in de winter, raad ik je aan te beginnen met eenden. Toen ik de Winter- en watervogels cursus deed bij Sovon (de volgende start weer in het najaar), stond ik versteld van de hoeveelheid eendensoorten die er is en waar ik nog nooit van had gehoord. Zegt krakeend je iets, of slobeend? Topper, pijlstaart, het zijn er een hoop. En ze zijn goed te spotten in de winter vanwege het bladgroen dat weg is en alle andere vogels die naar het Zuiden zijn vertrokken.



Eenden die ik best regelmatig tegenkom, vooral in het buitengebied, zijn krakeend, slobeend, kuifeend, wintertaling, smient en soms zelfs tafeleend. Wil je wat spannenders, dan moet je naar goede vogelplekken gaan zoals de Wadden of het Ijsselmeer. Zoek vooral ook een vogelkijkhut op in je buurt en graai de verrekijker van je vriendin of vader mee. Hier vind je vogelkijkhutten en hier een uitstekende online vogelgids om je eens te verdiepen in welke soorten er zijn.
Als je het nog een stapje verder wilt trekken, kun je ook de app Merlin installeren. Als je dan een vogeltje hoort, zet je de microfoon in de app aan en vertelt deze je welke vogel het (waarschijnlijk) is. Vervolgens kan je veel gerichter gaan speuren! Er zijn nog best wat vogels in ons land in de winter, zo zag ik eind december nog staartmezen en goudhaantjes in het bos en een weiland vol kokmeeuwen, spreeuwen en reigers.
Een vriend van mij wist me vorig jaar te overtuigen om het hardlopen weer eens op te pakken en ik had nóóit (echt nooit) verwacht daar plezier in te zullen hebben. Zijn advies: ga gewoon 5 minuten, dan ben je ten minste geweest. En zijn tweede advies: ren zo zacht als je kan, en als dat saai wordt ga je gewoon harder, en als je buiten adem bent ga je gewoon lopen. En als je dan weer zin hebt om te rennen ga je weer rennen, en zo niet dan niet.
Maar waarom wil ik jou inspireren ook te gaan hardlopen? Omdat het soms net wat interessanter kan zijn dan wéér een wandelingetje door het park. Juist als je even lekker naar buiten wilt en het bijvoorbeeld al donker is en je al tig keer dat rondje vanaf je huis hebt gewandeld, kan het leuk zijn. Ik begon ermee, omdat ik na een paar maanden in Schotland de hoogteverschillen hier in Nederland zo miste en het wandelen daardoor saai begon te vinden.
Omdat ik merkte dat ik het lopen veel beter volhield als ik met andere mensen ging, zette ik een hardloopgroepje op en wist wat mensen enthousiast te maken via de Facebookgroep van mijn dorp. Nu rennen we elke maandag een rondje en het gaat zo goed! Mijn doel is gewoon lekker buiten zijn en bewegen, ook in de kou of als het al donker is. Ik hoef dus niet per se steeds sneller of verder te gaan, en dat houdt het voor mij leuk.
Er worden op diverse plekken ook Parkruns georganiseerd, dat is op zaterdagochtenden ook een laagdrempelige hardlooptocht van vijf kilometer in parken. Je mag zo snel of langzaam gaan als je wilt. Als je het nog een stukje verder wilt trekken, is trailrunnen misschien iets voor je. Dat is hardlopen door de natuur, met afwisselende paadjes waar je goed op je voeten moet letten.
Dan, nog een tip: je hoeft echt geen nieuw outfit te kopen om te kunnen hardlopen. Heb je schoenen waar je op kunt rennen? Goed genoeg, vooral in het begin. Heb je kleren? Prima. Ik loop altijd in een joggingbroek, een merino shirt en een oud fleecevest (in de winter dan). Ik heb ook weleens gerend op mijn barefoot wandelschoenen, ging ook goed.
Toen ik een workshop Diersporen deed bij René Nauta stond ik versteld van hoeveel hij zag in het kleine gebied waar we liepen. Een reeënhaar op de grond, bijvoorbeeld. Een eikeltje geklemd tussen de groeven van de bast van een boom, gedaan door een boomklever (vogel). Een eekhoornnest hoog in de boomtoppen. En kleine kuiltjes gegraven door een das op zoek naar insecten en wortels onder de grond. Een wereld ging voor me open, een wereld waar ik veel meer van wilde weten.



Dat er dieren zijn in het bos weten we, maar we zien ze bijna nooit. Vooral de roofdieren zijn schuw; de keren dat ik een das, vos, of marter zag zijn op één vinger te tellen. Hertachtigen en zwijnen kun je wat makkelijker tegenkomen, maar dan moet je ook geluk hebben.
Vogels kun je beter zien, maar vaak niet van dichtbij en veel soorten verstoppen zich ook goed of zijn alleen ‘s nachts actief, zoals uilen. Daarom zijn diersporen zo bijzonder, omdat je toch een beetje van het dier ziet. Het heeft ook wat opwindends om je bewust te worden van al dat leven om je heen en al helemaal als je gaat ‘trailen’, de sporen van een dier volgen totdat je het dier vindt (zonder het te verstoren).
Aan cursussen omtrent diersporen zit een prijskaartje, omdat er veel expertise bij komt kijken. Maar je kunt ook al heel veel zelf doen. Er is een fantastisch dik sporenboek uitgegeven door de KNNV met ontzettend veel informatie over de context, en niet alleen maar plaatjes van een paar drollen. Tweedehands vind je daar veel exemplaren van, maar in de oudere versies zijn geen recente ontwikkelingen zoals de komst van de wolf opgenomen. Maargoed, dat ene dier kan je wel apart opzoeken.
Sporen zijn meer dan alleen prenten en uitwerpselen. Denk aan haren, nesten en holen, voedselresten, graafsporen, botten, braakballen of kots, veren, geluiden en krassen. Het is eigenlijk lastig om géén diersporen te zien als je buiten bent! Verder zijn er een paar leuke plekken waar je diersporen kunt vinden en zeker eens een kijkje moet nemen:
De winter is het ultieme moment om wat wijzer te worden van de wereld boven ons, omdat het zo lang donker is. Nu zie je in Nederland door de lichtvervuiling niet zoveel sterren, maar voor een beginner is dat juist een uitkomst! Je kunt dan namelijk veel duidelijker de sterrenbeelden onderscheiden, omdat de miljoenen sterren eromheen niet zichtbaar zijn. Er zijn wederom handige apps die je hierbij kunnen helpen, ik vind Stellarium heel praktisch.
Een paar sterrenbeelden zijn heel duidelijk te zien: Orion bijvoorbeeld. Het ‘zwaard’ dat aan zijn riem hangt wijst naar het Zuiden, dus dan kun je meteen oefenen in de windrichtingen! De Grote Beer heb je wellicht al wel eens gezien (je weet wel, dat pannetje), maar wist je ook dat de zijkant van het pannetje naar de Poolster wijst? Die staat dan weer boven het Noorden en duidt precies de as aan waarom de aarde draait (en dus ook alle sterren).
Ik vond sterren en het heelal altijd erg abstract. Waar komen sterrenbeelden op, waarom kan je de maan soms overdag zien, wat zijn de tekens van de dierenriem die aangeven wat je persoonlijke sterrenbeeld is? Ik heb heel veel filmpjes op Youtube moeten kijken om er een beetje wijs uit te worden, want het is best complex. Maar een wereld opent zich voor je!
Een paar andere sterrenbeelden die je goed kunt zien, zijn Cassiopeia (die lijkt op de letter W); Cepheus (een soort scheef vierkantje met een puntdak); en Stier (een letter V met lange uitlopers). En zo zijn er nog een hoop te noemen. En met je app kun je ook zien waar de planeten uithangen (die je herkent als heel heldere sterren).
Ten Zuiden van de evenaar is het allemaal weer heel anders. Daar zie je de Poolster niet en überhaupt alle sterrenbeelden die wij hier zien niet. Het is heel leuk je daar ook eens in te verdiepen, al helemaal als je daar weleens naartoe op reis gaat. Op de evenaar zelf cirkelen de sterren niet rondom één punt, maar komen ze op en bewegen in een rechte lijn over de hemelboog en gaan dan weer onder. Dit heeft natuurlijk alles met de draaiing van de aarde te maken.
Met een camera om je nek – of in je broekzak – kijk je heel anders naar de wereld dan zonder. Als ik weer eens een Insta-verslaving-fase heb kijk ik ook altijd naar de wereld om me heen door mijn ‘stories’. Dat is vaak heel vervelend, maar soms ook heel leuk, want hele andere dingen vallen je op. Hoe een vogel op een tak zit, of hoe het silhouet van riet tegen de zonsondergang afsteekt. Een prachtige boomknop die zich bijna opent, of schaapjes in de mist; je ziet opeens hoe mooie dingen samenkomen in een beperkt kader.



Als je een spiegelreflexcamera hebt kan het nog leuker zijn, omdat je dan veel mooier vast kunt leggen wat je ziet. Maar jij hebt vast een betere telefoon dan ik, met een scherpere camera, en dan kom je ook al héél ver. Dus, ga eens naar buiten met je camera paraat en maak er een kunstzinnig uitje van!
In Schotland heb je het bekende ‘munro bagging’. Munro’s zijn bergtoppen boven de 914 meter en er zijn er maar liefst 282 van. En genoeg Schotten die ze allemaal gedaan hebben, sommigen zelfs in één winter zoals deze capabele vrouw. Een vriendin van me zei laatst gekscherend ‘oh, dan ga ik klompenpaden-bagging doen’! Hoewel ik niet per se van het streberige ben, kan een lijstje aftikken heel motiverend zijn om er op uit te gaan. Daarnaast kom je daardoor op plekken waar je anders niet geweest was, omdat je misschien altijd voor de mooiste of bekendste opties gaat. In de app van Klompenpaden kun je ook heel leuk aankruisen welke je gedaan hebt.
Klompenpaden zijn misschien niet het allerleukst in de winter – lekker drassig weiland -, maar misschien maakt dat het juist ook wel uitdagender. Je kunt ook beginnen met degenen die deels door het bos lopen, of je verzint je eigen challenge. Alle NS-wandelingen doen, bijvoorbeeld, dat zijn er ook maar liefst 47. Of als vervoer een probleem is, kun je alle uitgezette wandelingen in jouw regio doen. Zo haal je je 1000-uren-buiten-doel voor dit jaar wel!
Wie denkt dat er in de winter niets te eten valt in het bos, heeft het mis. Sowieso zijn onze winters tegenwoordig zacht en is er nog veel groen op de bodem te vinden. De voedingsstoffen zullen wel minder aanwezig zijn in de plantjes met koud weer, maar ‘half goed is óók goed’ zei kruidenvrouw Marry me ooit wijselijk. Vogelmuur en veldkers vind ik echt óveral.
Ook zie ik veel fris paardenbloemblad en heel soms nog brandnetel die er wel eetbaar uitziet. Als het blad van plantjes er taai, donkergroen en oud uit ziet, dan zal het niet zo lekker meer zijn en wellicht ook niet zo goed voor je. Maar als het blad van de plant die je wilt plukken fris en groen is, ga er dan lekker voor (mits je weet of het een eetbare plant is, natuurlijk).



Dan zijn er ook nog de wintergroene planten, waaronder alle dennen en sparren soorten. De naalden maken een uitstekende thee, en als je geluk hebt vind je ook nog een homp chaga (berkenweerschijnzwam) op een berk en heb je helemaal een winters drankje bij elkaar gesprokkeld! Let op, er zijn naaldbomen die zeer giftig, zelfs dodelijk zijn, zoals taxus. Weet dus goed wat je plukt, neem een boekje mee, determineer het driedubbel met verschillende apps, en volg het liefst ook nog een goede workshop of wandeling bij bijvoorbeeld De Wilde School of Roos van Kroos.
En als je echt gemotiveerd bent, kun je ook wortels van diverse planten opgraven. Dat heb ik zelf nog nooit gedaan, op de paardenbloemwortel na, dus daar kan ik je verder niet in adviseren. Maar het is een logische voedselbron voor de winter! Marin van De Wilde School schreef er een uitgebreide blog over. Wildplukken maakt elke wandeling leuk, omdat je er met een heel gericht doel op uit gaat en met andere ogen naar je omgeving kijkt (en die zelfs proeft!).
Genoeg kampeerterreinen die open zijn in de winter! In andere landen is dit vaak een crime, maar Nederland kampeerland weet wel beter. Ik ben fan van de NTKC, een club die draait op vrijwilligers en waar je als lid ook automatisch vrijwilliger bent als je kampeert.
Zelf het toiletgebouw schoonmaken, werkdagen om het terrein te onderhouden, en de eerste kampeerder die arriveert is de ‘kampmeester’ en doet de inschrijvingen van alle volgende gasten. De terreinen zijn primitief en het hele jaar open, dus bereid je in de winter voor op alleen koud water uit de pomp en een ijskoud composttoilet! Er zijn ook luxere terreinen, zoals die van Natuurkampeerterreinen, die het hele jaar open zijn. Ook reguliere campings doen dat tegenwoordig.



Heb je het idee dat je een fancy tipi met houtkachel nodig hebt om in de winter te kamperen? Welnee! Je kunt gewoon beginnen met je zomerspullen, plus wat extra benodigdheden zoals dekens, een kruik, een muts en sjaal en een isolatiemat voor op de grond. In dit artikel geef ik je tien tips om (semi-)warmpjes te winterkamperen. En het is echt heerlijk, want de bossen zijn extra rustig; als het vriest ziet alles er ‘s ochtends prachtig uit; en je waardeert een kampvuurtje des te meer. Doen!
Vind je het als vrouw in je uppie niet zo’n fijn idee? Stuur me gerust een berichtje op Instagram, ik vind het altijd leuk om met anderen op stap te gaan.
Heel veel natuurplezier deze winter!
Simone leeft nomadisch en wisselt het wonen in een tent af met op huizen passen en in haar deeltijd kamer slapen. Ze houdt van leven met minimale bezittingen en daarmee van hergebruiken, repareren en zelf maken. Het liefst dwaalt Simone door de bossen van de Veluwe, of in de ruige bergen waar dan ook. Ze werkt online voor Vraag de Vroedvrouw
Reacties
Geen reacties