Verre uitzichten over zee, wandelen tussen eindeloze vergezichten en ’s avonds slapen in een kerk. Maar ook regen, muggen en weinig koffie. HetKanWel-redacteur Carlijn Assink liep vorige zomer drie dagen het Ziltepad, een nieuwe wandelroute bovenin Nederland. “Het landschap is zo plat dat we kunnen navigeren aan de hand van de puntjes van kerktorens.”
Elk jaar ga ik met twee goede vriendinnen een weekend weg. Een pact dat we een aantal jaar geleden hebben gesloten. Op nieuwjaarsdag namen we een spontane duik in de Maarsseveense Plassen en bedachten een goed voornemen. “We gaan weer verkennen”, zeiden we tegen elkaar. “Op avontuur.” Het begon met de hoofdsteden van Europa, maar inmiddels maken we vaak een afslag naar de natuur.
Dit keer gaan we drie dagen het Ziltepad wandelen. Ik was erdoor geïnfluenced op Instagram, waar ik mooie plaatjes van wandelaars voorbij zag komen. Dit pad is nog in ontwikkeling en loopt langs de kustlijn van Groningen en Friesland, over de Afsluitdijk naar Noord-Holland. Het is bedoeld als bezinningsroute en je volgt de kerken in tussenliggende dorpen. In sommige kerken kun je zelfs overnachten, als een echte pelgrim.
Slapen in een kerk? Dat lijkt me wel wat. Mijn vriendinnen waren er ook meteen voor in. Ik kies op de site van het Ziltepad een stuk van de route uit, en mail met een lieve vrouw van een kerk in Oostrum. Ze had nog plek, en of we ook wat wilden eten als we aankwamen?
Ik begreep het niet helemaal, maar kennelijk was er een katoppasser in het dorp, die ook als kok werkte. En hij wilde erg graag voor de pelgrims koken. Daar kon ik natuurlijk geen nee tegen zeggen.
Eind augustus was het zo ver. Na een lange zit in de trein en een lokale bus komen we aan bij ons startpunt van het Ziltepad, Vierhuizen (Groningen).



We beginnen bij een prachtig wit kerkje in Vierhuizen. Daar pikken we een routekaart van het Ziltepad op en kunnen we de eerste stempel zetten. Er is hier in de verste verte geen koffietentje te bekennen, dus doen we onze rugzakken op en stappen maar meteen door. 19 kilometer is het, om het Nationale Park Lauwersmeer heen. We lopen door weilanden, kruipen onder prikkeldraad door, komen over boerenerven en zwaaien naar een enkele medewandelaar. Na zo’n vijf kilometer komen we bij Haven Hunzegat. Een recreatiehaven, camperplaats, winkel en rustplek in één. Maar helaas hartstikke gesloten.
Na een korte pauze lopen we weer door. De paden gaan over in verharde weg. Stap voor stap komen we in een ritme. Het is warm weer, maar plots begint het keihard te regenen. Na de gure bui komt niet alleen de zon, maar ook de muggen tevoorschijn. Binnen een half uur worden onze blote benen helemaal lek geprikt. Gelukkig komen we dan na 12 kilometer eindelijk een activiteitencentrum tegen, mét koffie. Hier kun je vogels kijken en leuke activiteiten doen. Niet zo heel lang geleden was dit nog gewoon zee. Eigenlijk lopen we over de zeebodem.
Met soppende schoenen en natte kleding lopen we de laatste zeven kilometer van die dag naar Lauwersoog. Een prachtig stuk van het Ziltepad door een jong bos, langs de waterrand en een wederom gesloten strandpaviljoen (Tipje: neem genoeg eten en drinken mee!). Hier is geen kerk, dus we slapen in een grappig klein chaletje in een loods, dat tegenover het nieuwe Zeehondencentrum Pieterburen ligt. Daar kun je ook heerlijk eten, direct aan het water. Het is dat we maar een weekend hebben, anders waren we hier graag nog een dagje gebleven. Doodmoe, maar voldaan, vallen we snel in slaap.



Onze schoenen zijn weer droog. Gelukkig maar, want vandaag staat een Ziltepad-etappe van zo’n 22 kilometer op de agenda. We ontbijten bij een restaurantje aan de overkant, en lopen dan over de brug en dijk, langs de zee. Waar we de eerste dag nog vol verhalen en domme grappen zaten, en we elke honderd meter de slappe lach hadden, lopen we nu ook hele stukken in gewaardeerde stilte. De bezinning begint te komen. De vergezichten, vogels tussen het wiegende riet, de zeegeluiden, de wind, de eentonige beweging. Het zorgt voor rust in onze koppies.
Vriendin Annabelle loopt meestal een meter of tien voor ons uit, zij heeft de pas erin. Andere vriendin Fee en ik lopen er gestaag achteraan.
Ergens nemen we een verkeerde afslag, waardoor we een heel lang, saai stuk over de weg lopen. Voor deze tweede dag van het Ziltepad hebben we geen routekaartje. Doordat we onze telefoons zoveel mogelijk in de rugzak laten zitten, missen we hier en daar een routepaal. We slaan per ongeluk het dorp Oostmahorn over.
Na negen kilometer leggen we aan in Eanjum voor een tosti. We kopen blarenpleisters en Snickers bij de supermarkt. Onze benen en voeten beginnen de kilometers nu wel te voelen. Vanaf hier zitten we weer op de route, en lopen we op boerenweggetjes tussen de weilanden. Jonge jongens scheuren met brommers over zelfgemaakte crossheuvels langs ons heen. Door het platte landschap kunnen we in de verte vaak de volgende kerktoren al ontwaren. Eastrum is in zicht.
Na een dikke elf kilometer over het Ziltepad komen we in de namiddag aan bij een prachtig, wit kerkje uit. Er staan drie veldbedjes uitgeklapt voor het altaar. Daar gaan we de nacht doorbrengen, hoe vet is dat? Twee dorpelingen komen alvast het ontbijtmandje brengen en de plaatselijke katoppasser komt een uur daarna met een gigantisch dienblad met eten. We eten bij zonsondergang in de plaatselijke speeltuin en strompelen nog een rondje door het dorp. Iedereen heeft spierpijn, en er is geen douche. Maar we zijn vrolijker dan ooit. Comfort is overgewaardeerd tijdens deze tocht, de vriendelijke mensen maken de dag.
Diep in onze slaapzakken genieten we van de stilte. En met de starende blikken van Jezus en Maria op ons gericht, sluiten we de ogen.



Zacht ochtendlicht schijnt door het glas-in-lood naar binnen. We ontwaken vroeg. Veldbedjes zijn inderdaad niet zo comfortabel, maar waar we geen rekening mee hadden gehouden was de kerkklok. Elk uur galmden de klokken door de holle ruimte. We moeten lachen. We zien eruit als 60-jarige vogelverschrikkers. Goed geslapen hebben we niet, bijzonder was het zeker. We zetten een stempel en gaan weer op pad langs het Ziltepad.
Vandaag een korte dag. We doen een halve route van tien kilometer naar Dokkum, waar we de bus en de trein weer terug naar huis pakken. Dit laatste stuk van het Ziltepad is interessanter dan gisteren. We lopen langs het kanaal de Dokkumer Grootdiep, waar allerlei verlaten loodsen en gebouwen staan. Onze fantasie slaat op hol, wat zou hier gebeurd zijn?
Na een dikke twee uur komen we aan in Dokkum. Dit kleine stadje is ontzettend gezellig, vol restaurantjes en caféetjes. Precies waar we zin in hadden. Na een lange lunch in de zon op het terras, sjorren we de zware rugzakken weer om en gaan we naar het station.
In de trein zitten we met festivalgangers die terugkomen van Into The Great Wide Open op Vlieland. We zien er in elk geval net zo moe en vies uit. We maken de balans op. Na zo’n 50 kilometer lopen zijn we wel fysiek moe, maar ook ontspannen. Het wandelen liet gedachten, to-dolijstjes en werkstress helemaal tot stilstand komen. We zijn opmerkzaam over wat er in de omgeving te zien is, hoe we ons voelen, reageren op wat er nu is. We zijn in het moment, en daar krijg je juist weer energie van.
Zo’n meerdaags wandelweekend is zeker voor herhaling vatbaar, al gaat de volgende naar een wat minder eentonig gebied. Met hopelijk hier en daar een koffietentje.
Lees ook: Roos liep een pelgrimsroute van 340 km langs verschillende eilandjes. En: 5 bijzondere pelgrimsroutes in Europa die je wilt lopen
Carlijn werkt als freelance journalist en documentairemaker. Ze haalt graag bijzondere verhalen uit de, op het oog, normale mens. Daarnaast schrijft ze over duurzame initiatieven en ondernemers, industrieel erfgoed en kunst en cultuur en maakt ze documentaires over mensen met alternatieve levenswijzes. Carlijn woont in Utrecht, maar is een Tukker in hart en nieren.