Wat heb je aan een pensioen als je straks geen wereld meer hebt om het aan uit te geven? Die vraag bleef hangen tijdens de 28e editie van Duurzame Dinsdag. Op de eerste dinsdag van september kwamen in Den Haag opnieuw honderden duurzame doeners, denkers en beleidsmakers bij elkaar. Met 165 initiatieven in de bekende koffer, een nieuw trendrapport en een aantal winnaars die laten zien dat duurzaamheid allang niet meer alleen over zonnepanelen en CO₂ gaat. De belangrijkste boodschap? Terwijl de politiek soms blijft steken, is de samenleving al volop aan het bouwen aan oplossingen.
Duurzame Dinsdag wordt ook wel de Prinsjesdag van de duurzaamheid genoemd. Geen miljoenennota in een koffertje, maar 165 initiatieven van mensen die zelf aan de slag zijn gegaan. Dat klinkt misschien als een verzameling sympathieke projecten, maar wie het Trendrapport 2026 leest, ziet iets groters gebeuren. De initiatieven worden steeds professioneler, werken vaker samen en proberen niet alleen een probleem op te lossen, maar ook het systeem erachter te veranderen.
Het trendrapport beschrijft zeven ontwikkelingen die dit jaar opvallen. Zo organiseren gemeenschappen zich steeds vaker rond weerbaarheid en klimaatrechtvaardigheid, ontstaan nieuwe vormen van democratie en zeggenschap en komt de maakindustrie weer meer in beeld. Natuur wordt bovendien steeds minder als kostenpost gezien.
Misschien wel de interessantste ontwikkeling is dat duurzame initiatieven niet langer alleen kleine groene eilandjes zijn. Ze zoeken elkaar én bestaande bedrijven, overheden en andere grote spelers steeds vaker op.
Dat is belangrijk, want veel initiatieven kijken automatisch over de grenzen van verschillende beleidsterreinen heen. Een voedselproject kan tegelijkertijd gaan over gezondheid, biodiversiteit, sociale cohesie en armoedebestrijding. Een circulair initiatief raakt niet alleen afval, maar ook grondstoffen, werkgelegenheid en de manier waarop we onze economie organiseren.
Oftewel: waar de overheid problemen vaak in aparte hokjes stopt, doen veel duurzame doeners precies het tegenovergestelde.
Een opvallend woord in het rapport is weerbaarheid. Daarbij gaat het niet alleen over noodpakketten en wat je moet doen als de elektriciteit uitvalt. Juist gemeenschappen spelen een steeds grotere rol.
Door samen energie op te wekken, voedsel te verbouwen, spullen te delen of elkaar te helpen, wordt een buurt minder afhankelijk én socialer. Het rapport ziet bijvoorbeeld energiecoöperaties, voedselgemeenschappen en buurtinitiatieven als plekken waar mensen niet alleen duurzamer leven, maar ook leren samenwerken en elkaar helpen wanneer dat nodig is. De conclusie is mooi eenvoudig: investeren in gemeenschappen betekent óók investeren in veiligheid.
Dat idee sluit aan bij een bredere boodschap die tijdens de dag regelmatig terugkwam: duurzaamheid is ook veiligheidsbeleid. Klimaatverandering gaat immers niet alleen over natuur, maar ook over voedselzekerheid, schoon drinkwater, energie, migratie en uiteindelijk de stabiliteit van een samenleving. Conflicten ontstaan immers ook rond basale zaken als een tekort aan drinkwater of vruchtbare grond.



Nog een opvallende duurzame trend: de maakindustrie komt (terug) naar Nederland. Niet omdat we nostalgisch verlangen naar rokende fabrieksschoorstenen, maar omdat een circulaire economie vraagt om andere productieketens.
Het rapport signaleert initiatieven die werken met grondstoffen van eigen bodem, biomaterialen, reparatie en lokale productie. Denk aan bakstenen die zonder schadelijke stoffen worden geproduceerd, nieuwe materialen uit natuurlijke grondstoffen en producten die zo ontworpen zijn dat ze langer meegaan, gerepareerd of opnieuw gebruikt kunnen worden.
Dat maakt ons bovendien minder afhankelijk van grondstoffen en producten van ver weg. En dat is in een onrustige wereld niet alleen duurzaam, maar opnieuw een kwestie van weerbaarheid.
Tegelijkertijd is er nog een wereld te winnen. Tijdens Duurzame Dinsdag werd genoemd dat slechts een klein deel van de Nederlandse economie werkelijk circulair is. Goede ideeën zijn er genoeg; de grote vraag is hoe we ervoor zorgen dat ze kunnen doorgroeien.
En daar wringt het.
Want het rapport is behoorlijk duidelijk over wat er nu nodig is. Maatschappelijke initiatieven krijgen veel waardering, maar lopen vervolgens tegen regels, financiering en bestaande systemen aan. Wie echt verandering wil, moet deze voorlopers dus niet alleen een podium geven, maar ze ook in positie brengen.
De actie-agenda van Duurzame Dinsdag komt daarom neer op drie grote opdrachten: benoem de urgentie en kijk verder dan de korte termijn, geef maatschappelijke initiatieven ruimte om mee te werken én financier de toekomst.
Dat laatste gaat bijvoorbeeld over investeren in sterke gemeenschappen, de circulaire maakindustrie, natuur en ecosystemen en jongeren. Ook de enorme inkoopkracht van overheden kan veel meer worden ingezet om circulaire en duurzame bedrijven een markt te geven.
Want een initiatief kan nog zo goed zijn: zonder geld, opdrachten of passende regelgeving blijft opschalen lastig.
Uit de 165 initiatieven in de Duurzame Dinsdag-koffer selecteerde de jury zeven finalisten. Drie daarvan gingen naar huis met een juryprijs van 10.000 euro: Heilige Boontjes, Billie Wonder en RespectFarms. Billie Wonder wist bovendien het publiek voor zich te winnen en sleepte óók de publieksprijs in de wacht.
Heilige Boontjes uit Rotterdam laat zien dat duurzaamheid veel breder is dan alleen groen en klimaat. Het koffiebedrijf geeft jongeren een tweede kans op de arbeidsmarkt en werkt tegelijkertijd aan een eerlijkere en duurzamere koffieketen, onder meer met biologische koffie en steun aan boeren in Burundi.
Billie Wonder pakt een afvalberg aan waar iedere ouder over kan meepraten: luiers. Het bedrijf maakt wasbare luiers van hennep en katoen en wil daarmee wegwerpluiers uiteindelijk overbodig maken. Een mooi voorbeeld van circulair denken waarbij het afvalprobleem niet achteraf wordt opgelost, maar al bij het ontwerp wordt voorkomen. Of zoals Billie Wonder het zelf samenvat: afval is een ontwerpkeuze.
En dan RespectFarms, dat werkt aan een nogal opvallend idee: kweekvlees niet alleen in een fabriek produceren, maar rechtstreeks op de boerderij. In Schipluiden werkt het bedrijf aan de eerste kweekvleesboerderij ter wereld. Het doel is dat boeren vlees kunnen blijven produceren, maar dan met minder dieren en een veel lagere milieu-impact.
Drie totaal verschillende initiatieven dus, maar ze hebben iets belangrijks gemeen: ze proberen niet alleen een bestaand product een beetje duurzamer te maken, maar kijken opnieuw naar hoe het hele systeem werkt. En dat sluit precies aan bij een van de belangrijkste conclusies uit het Trendrapport 2026.
Ook de jaarlijkse Duurzame Troonrede was dit jaar bepaald geen gezellig verhaal voor bij de koffie. Frans Rooijers van bewonersinitiatief Meten=Weten richtte zijn pijlen vooral op de overheid.
Volgens Rooijers is het probleem niet alleen dat verduurzaming te langzaam gaat, maar ook dat de overheid haar eigen milieuregels onvoldoende naleeft. Hij zoomde daarbij vooral in op pesticiden en de landbouw. Volgens hem komen pesticiden ondanks maatregelen nog altijd terecht op plekken waar ze niet horen: van moestuinen en slaapkamers tot natuurgebieden.
Zijn boodschap was stevig: verduurzaming is uiteindelijk ook een belangenstrijd. Kennis en bewustwording alleen zijn volgens hem niet voldoende; de overheid moet wetten naleven, milieuschade beprijzen en duurzame alternatieven daadwerkelijk de ruimte geven.
Misschien vat die tegenstelling Duurzame Dinsdag 2026 wel het beste samen. Aan de ene kant worden de gevolgen van klimaatverandering steeds zichtbaarder, staat de biodiversiteit onder druk en stokt de verduurzaming op allerlei plekken. Aan de andere kant wachten steeds meer mensen niet meer tot iemand anders het oplost.
Asceline Groot is partner bij hetkanWEL, onderzoeker, specialist op het gebied van duurzame trends en ontwikkelingen en co-auteur van het boek 'hetkanWEL. Voor een groener, eerlijker en leuker leven'. Daarnaast heeft ze een PhD aan de Radboud Universiteit Nijmegen. Ze deed onderzoek hoe social enterprises hun ideeën ontwikkelen.
Beste redactie,
Misschien is het een goed idee om aandacht te besteden aan het project Delta 21.
Een alternatief voor de kerncentrales.
m vr gr
Jos Verstraaten
St. Jansteen
jverstra@zeelandnet.nl