Bomen slaan CO₂ op. Maar alleen het planten van bomen is niet genoeg. Er is een nieuwe methode die CO₂ sneller opslaat, langer vasthoudt én de bodem verbetert: biochar. Max de Jong van stichting CO₂llectief legt uit hoe het werkt.
Biochar (biokool) lijkt op houtskool en wordt gemaakt van plantenresten en houtafval. Door middel van pyrolyse wordt de biomassa verhit tot boven de 400 graden. Omdat er bij dit proces geen zuurstof komt, ontstaat er geen vuur en komt er dus ook geen CO₂ vrij. Wat overblijft is stabiele koolstof die meer dan duizend jaar intact blijft. Boeren kunnen dit over het land uitstrooien, om zo de bodemkwaliteit te verbeteren.
Stabiele koolstof zit ook in olie en gas. Dat pompen we op, verbranden we en dan komt het in de atmosfeer. Vervolgens wordt het opgeslagen in bomen en de zee. Maar als je die bomen vervolgens weer kapt of verbrandt, komt die koolstof weer vrij. Dat is in het kort de CO₂-cyclus.
Biochar haalt koolstof uit die cyclus. Omdat het over land wordt uitgestrooid, waar het zich met de aarde vermengd, is het vrijwel onmogelijk om het er weer uit te halen om het als brandstof te gebruiken. Zo blijft de CO₂ meer dan duizend jaar uit de lucht.
Nee. We stoten nog altijd meer CO₂ uit dan we opslaan, en zelfs in het beste scenario halen we de laatste 10% van het Parijsakkoord niet met bomen alleen. De EU erkent daarom drie methodes om actief CO₂ uit de lucht te halen: biochar, BECCS (biomassa verbranden en de daarbij vrijkomende CO₂ opvangen) en DACCS (CO₂ direct uit de lucht filteren en opvangen).
Voor zowel BECCS als DACCS heb je grote ondergrondse ruimtes nodig voor de opslag van CO₂. Dat kan bijvoorbeeld in lege gasvelden zoals bij Rotterdam, maar dat veld is al uitverkocht. En dus komt er bij deze manieren van CO₂ uit de lucht halen marktwerking kijken die de prijs opdrijft. Met biochar kan je die marktwerking omzeilen.


Landbouwafval van boeren in Ghana en India, zoals rijstkaf en cacaoschillen. Normaal verbranden de boeren dat of laten ze het rotten. In beide gevallen komt er dan CO₂ vrij. CO₂llectief werkt met behulp van partners inmiddels samen met 33.000 boeren die dat afval nu omzetten in biochar, en daar ook voor betaald krijgen. Die biochar strooien ze vervolgens uit over hun akkers, waardoor de bodemkwaliteit verbetert. Op die manier is het aantrekkelijk voor de boeren, verkleinden we de CO₂-footprint van producten die we ook hier in Nederland eten én slaan we CO₂ op voor duizend jaar.
In Nederland is het maken van biochar vooralsnog geen optie: hier betalen biomassabedrijven juist voor plantenresten en houtafval om ze CO₂-neutraal te verbranden. Het is dus niet zo dat boeren hier grootschalig op zoek zijn naar een oplossing voor hun restafval.
Dat wil trouwens niet zeggen dat we in Nederland niet kunnen bijdragen aan biochar. Het is een nieuwe methode om CO₂ uit de lucht te halen met nog maar een paar grote spelers die zich hierin specialiseren. Eén daarvan is het Nederlandse Carboneers, een initiatief van dertigers die in Wageningen hebben gestudeerd. Zij werken samen met tienduizenden kleine boeren in India en Ghana.
Met stichting CO₂llectief halen we geld op bij Nederlandse consumenten om dit soort initiatieven financieel te steunen.
We behoren tot de rijkste 10% van de wereld en zijn daarmee verantwoordelijk voor de helft van de wereldwijde uitstoot. Onder andere door ons consumentengedrag: het kopen van spullen, kleding en voedsel, maar ook door de vliegreizen die we maken.
Als rijksten van de wereld hebben we de verantwoordelijkheid om de CO₂-uitstoot zoveel mogelijk te verminderen. Of, zoals een oude wijsheid luidt: If not me, who? If not now, when?
We kunnen onze eigen uitstoot verminderen door niet meer te vliegen, geen vlees meer te eten en veel minder spullen en kleding te kopen. Maar niet iedereen is daartoe bereid. Dan kan je bomen planten óf je kan helpen om CO₂ uit de lucht te halen met biochar.
De gemiddelde Nederlander stoot 8 ton CO₂ uit per jaar. Met een maandelijkse donatie van €12,50 haal je duizend kilo uit de lucht. Dat is een achtste van wat we gemiddeld uitstoten. Voor 25 euro compenseer je een kwart van je uitstoot en met 100 euro per maand ben je CO₂-neutraal.
Je kan ook een donatie doen, bijvoorbeeld om je vliegreis te compenseren. We hebben uitgerekend dat het compenseren van de uitstoot van een retourvlucht naar Lissabon €116,- kost terwijl een retourvlucht naar New York €315,- kost en naar Bali €810,-. Door dat bedrag te doneren, vlieg je dus CO₂-neutraal.
De biochar wordt gemaakt op akkers in Ghana en India. Elke hoeveelheid die een boerenfamilie maakt, wordt via een app geregistreerd. Teams van datacheckers controleren die registraties, en daaruit volgt vrij precies hoeveel koolstof er is vastgelegd. Een onafhankelijke auditor controleert het proces ter plaatse, waarna Carbon Standards International de verwijdering certificeert. Elk certificaat komt vervolgens in een openbaar register, dat iedereen kan nakijken. Carboneers, met wie de stichting CO₂llectief samenwerkt, haalde op die manier vorig jaar 120.000 ton CO₂ permanent uit de lucht.
CO₂llectief koopt alleen certificaten die op deze manier zijn gecontroleerd, en deelt de openbare registratie ook in de nieuwsbrief.
CO₂llectief is een stichting met ANBI-status die geld inzamelt om CO₂ uit de lucht te halen, in samenwerking met partijen als de Nederlandse Carboneers. 80% van elke donatie gaat direct naar de partijen die de CO₂ verwijderen; 20% gaat naar bekendheid voor biochar als oplossing.
Lees ook: Deze supermarkt baseert de prijzen op CO₂-uitstoot en Dit Nederlandse bedrijf bespaart jaarlijks liters water door textiel met CO₂ te verven
Wyke Potjer is content manager van hetkanWEL. Ze heeft journalistiek gestudeerd en werkt sindsdien fulltime voor landelijke radio, televisie, print en online media. Ze is vegan, heeft geen auto, probeert plastic uit haar leven te bannen en biologisch te eten. Naast haar freelance bestaan als journalist geeft ze yogales (vinyasa en yin).
De benodigde energie (meestal elektriciteit) is slechts heel beperkt namelijk bij de opstart, nadien zal het aanwezige houtgas voor de hoge temperatuur zorgen. Daarenboven komt er zoveel warmte vrij dat bij nuttige aanwending (verwarming, drogen…) de aangewende energie ruimschoots wordt gecompenseerd.